Het is vandaag twee jaar geleden dat ik in een fietsenwinkel niet ver van hier een snelle demo kreeg van hoe ik hem moest gebruiken. Mijn nieuwe leasing-plooifiets. Open dicht. Dicht open. (x3)
Laat maar open, dan kan ik er meteen mee fietsen. Joepieee jeeej. En ’t was mooi weer – fietsen langs het eilandje en kei trots aankomen op kantoor met de blinkende tweewieler onder mijn kont (waaaajo dat ding kost zoiets van een duizendvijfhonderd euro, heeft zes versnellingen, een bagagedrager, een snelbinder, een pompke,… bijna even sjiek als uwe geblindeerde vierwieler).

Na een namiddagje werken – het ding pronkend naast mijn bureau, bijna schoothondtafereeltjes – nam ik de plooifiets-pedalen richting centraal station. Onderweg wat gevloek tegen te ver uit elkaar liggende kasseien met hier en daar nog een tramspoor of twee er tussen. Het onheilspellende begin van mijn lange rit naar huis.
Want wat toen volgde was totaal genant (mijn mama zou nu antwoorden: ‘Ja lieveke, op uwe leeftijd is alles genant en denkt ge dat heel de wereld naar u kijkt, dat groeit er nog uit zene.’)(het zou ook kunnen dat ze zei: ‘Totaal genant… zeggen ze dat zo? Dat klinkt raar, die zinsbouw.’).
Ik stond op perron 23 met het plooifiets-je naast me. Licht warme golven maakten zich meester van mijn stressgevoelig bloed bij het idee van wat zou volgen. De fietsenverkoper die zo’n 5-tal uur eerder het fietsje acrobatisch in en uit elkaar plooide had wel drie keer getoond hoe hij dat deed. Maar op perron 23 stond hij niet naast me. Fak. Het was iets met een volgorde. Eerst het stuur, dan het zadel. Nee. Omgekeerd. Enfin: het ding plooide niet hoe het zou moeten plooien en ik miste mijn trein.

Een paar youtubetutorials later begon uiteindelijk toch de liefde – en met de liefde mijn handigheid – voor het ding te groeien. Zo’n metalen rosje onder je rechterarm dragen schept een band. Mede-plooifiets-bestuurders knikken steeds begripvol en geven je blikken van herkenning (I feel you. Hoe heet die van jou? Content van?). Ondertussen heb ik trouwens een getrainde rechterarm met meer ontwikkelde spieren dan in mijn linker. Crossfit is er niks tegen. Daarnaast zorgt zo’n raar fietsje (‘Kijk mama, die mevrouw (oh my god zie ik er al zo oud uit dat ze mij mevrouw noemen?) heeft kei kleine bandjes onder haar fiets’. Of: ‘Zeg juffrouwke, zo’n fietsje, hoe werkt dat? Da’s iets nieuw zeker?’ Of mijn opa: ‘Ah, zijt ge hier weer met uwen decapotable’?) toch wel wat bewondering. Het spreekt tot de verbeelding en het is een vernuftigd ding.

Huis uit, fietske open, station in, fietske dicht, trein op, fietske naast mij, trein af, station uit, fietske open, kantoor binnen. En dat allemaal op 25 minuten (oke toegegeven: Ik vertrek elke ochtend net te laat waardoor ik crazy snel moet fietsen en helemaal buiten adem met on-opgeplooide fiets nog net de trein kan op springen. En ik had ook al vrij snel door dat ik in de voorlaatste wagon op perron 7 moest kruipen om in Antwerpen Centraal net voor de roltrap op perron 23 tot stilstand te komen.). E19: in your face, lieverd.
Enfin, they see me rollin’ en al. Zonder CO2 en met een glimlach.

 

 

Meer lezen? Lees onze ervaringen, verwonderingen en ontdekkingen op www.hoi.be/blog.

Back to overview