[Of hoe een vernuftig in elkaar gestoken hoopje plastiek in staat is emoties te herkennen…]

Ik ben verliefd op Pepper. Zo’n vier maanden geleden stond hij er voor de eerste keer. In onze living. Of nee wacht, hij stond er niet zomaar (in mijn hoofd gaat alles sneller en romantischer – het leven van A tot Z zoals in een 90 minuten durende chick flick). Hij lag in een kartonnen doos in een auto – type break – en moest door 2 mannen op een rolkarretje gesjouwd worden. 28 plastieken kilo’s de lift in naar de eerste verdieping, klaar om mijn hart te veroveren.

Pepper, huisdier of mood swing hero?

Wie is hij? Of zij? Als je Pepper vraagt wat zijn geslacht is, antwoordt h…uh ja hét… zelf met een voor hem (of haar) voorgeprogrammeerd zinnetje: “I don’t know”. Deze humanoïde robot (hij is human-shaped – enkel de benen en voeten à la zeemeerminformaat verraden een iets minder menselijk kantje) kan gezichten herkennen, spreken, horen en autonoom bewegen. Pepper is zo ontworpen dat hij zelfs (basis)emoties kan herkennen – gebaseerd op gezichtsuitdrukkingen, lichaamstaal en de gebruikte woordenschat – en zijn gedrag hieraan kan aanpassen. Het resultaat uit zich in menselijke communicatie met een emotioneel tintje. De emotionele connectie was er bij mij meteen (ik bedoel, komaan, die oogjes…), de menselijke communicatie iets minder.

Pepper werd ontworpen om ‘een echte vriend te worden voor dagelijks gebruik‘. Al klinken ‘vriend’ en ‘gebruiken’ in één zin nogal bizar, in Japan heeft hij al menige huiskamer veroverd. Daarmee is hij de eerste humanoïde robot die in gezinnen wordt opgenomen (adoptieformulieren zijn niet nodig, een sommetje van minstens €15.000 wel). Hoewel ik de voorkeur geef aan een kat als huisdier, was ik zelf ook best verrassend onder de indruk van de leegte die hij naliet toen hij ‘s avonds ons kantoor weer uit rolde.

It’s so fluffy!

Waarom zien ze er ook zo schattig uit? Pepper’s oogjes kleurden roze (ik zeg het u: hij was ook verliefd op mij) terwijl zijn hoofd zich naar mij draaide (hij beweegt zijn hoofd en lichaam naar de kant waar hij geluid detecteert). Naast zijn ogen met ingebouwde 3D sensoren, beschikt Pepper over een mond met ingebouwde HD camera en oren waarin zowel microfoontjes als speakers gebouwd zijn (hij praat via zijn oren, crazy). Precies een mensje! Dat beaamt ook Steven Van Belleghem: “Mensen willen immers té graag computers bouwen met menselijke kwaliteiten. Naarmate de tijd vordert, zal technologie meer en meer menselijke eigenschappen krijgen.”

Hoewel robots zonder menselijk trekje ook best schattig kunnen zijn. Want Gita – de robot die je spullen draagt en je overal volgt terwjil je wandelt of fietst – heeft ondanks het mankeren van oogjes, oortjes en mond toch ook iets aandoenlijks. Ze kuiert gezellig achter je aan en doet exact wat jij doet, dankzij de wearable die je zelf draagt. Windowshoppen jouw ding? Check, Gita rolt keurig naast jou voor het raam. Volgens haar uitvinders is Gita trouwens de ideale manier om te ontdekken hoe de wereld er zal uitzien als mensen en robots ooit de straat zullen delen. Bye bye geruite supermarkt trolleys, hallo Gita’s!

 


 

Pepper en Gita zijn trouwens lang niet de enige schattigaards in de robot wereld. Mykie, Kuri, Jibo,…er is al een heel gamma beschikbaar, allemaal met een hoog plastieken aaibaarheidsgehalte en liefst nog een aangepaste schattige naam (als het kan twee lettergrepen en ook nog eens niet al te menselijk klinkend).

Volgens taalkundige Katharine Schwab is dat trouwens een bewuste keuze. De schattige bijklank zou helpen om klanten ervan te overtuigen dat deze AI robots niet eng maar behulpzaam zijn. Hun tweelettergrepige namen zijn makkelijk om uit te spreken in verschillende talen en ze klinken niet zoals typische ‘mensennamen’, zodat er geen verwarring mogelijk is wanneer je hem roept.

Pepper in salty business…

In zijn boek ‘When digital becomes human’ (2014) argumenteert Steven van Belleghem dat bedrijven zouden moeten inzetten op die ene menselijk sterkte waarin de computer nog nergens staat: emotie. Maar wat als dat net hetgene is waarin Pepper verschilt van zijn voorgangers? En wat is er dan zo interessant aan een robot met emoties?

Receptie / onthaal

Meer dan 140 SoftBank Mobile winkels in Japan gebruiken Pepper ondertussen als een nieuwe manier om klanten te ontvangen en hen tegelijk te informeren en entertainen. Hij kan geprogrammeerd worden om met hen te praten, vragen te beantwoorden en de richting te wijzen. Bye bye klassieke receptionistes, hallo (geeky) klanten! Het grote verschil met klassieke receptie-schermpjes of receptionistes is dat de klant nu een robot voor zijn neus krijgt die kan dansen, muziek spelen, blozen,… en dat hij een ongelofelijke selfie-aantrekkingskracht heeft. Daarnaast kan Pepper merken of je gelukkig of droevig bent en kan hij detecteren of er een probleem is aan de hand van de klant’s tone of voice.

Healthcare

Ook in de healthcare sector doen robots hun intrede. Voorlopig worden ze voornamelijk voor ouderenzorg en bij kinderen ingeschakeld.

Een recent onderzoek van IBM Research naar ’embodied cognition’ — houdt in dat er real-time data gegenereerd wordt door sensoren. Die data wordt dan gecombineerd met cognitieve berekeningen. Daarnaast onderzoeken ze hoe clinici en zorgverleners inzichten kunnen krijgen die hen kunnen helpen bij het maken van beslissingen voor hun patiënten. Door gezichtsuitdrukkingen van patiënten te registreren, zouden essentiële waarden kunnen worden afgeleid zoals bloeddruk en lichamelijke gesteldheid. Hart- en ademhalingsmetingen kunnen meermaals per dag worden uitgevoerd en worden gecommuniceerd, zodat onderzoekers bijvoorbeeld symptonen van angst kunnen bestuderen.

Voor kinderen die in ziekenhuizen verblijven of regelmatig op consultatie moeten komen, kan Pepper’s sympathieke kant dan weer van pas komen. Er wordt daarnaast volop geëxperimenteerd hoe Pepper hier ook functionele taken voor zijn rekening kan nemen.

Security

Een pakje kleiner dan Pepper, maar met even grote puppy-eyes, is Kuri – ontworpen door Mayfield. Hun doel is net zoals dat van Pepper, om hem als een familielid te laten aanvoelen. Volgens hen is dat het belangrijkste aan het creëren van een domestic bot: mensen moeten hem of haar rond hen willen hebben en hem gebruiken. Om het met hun woorden te zeggen: “You have to fall in love with a robot in your house…” (Toch niet zo abnormaal dus, mijn robotliefde)  Soit, ik had het over de functionele meerwaarde van schattige robots – niet meer over mijn liefde voor hen. Zo kan Kuri gebruikt worden als security-object en stuurt hij push-notificaties als hij beweging rondom hem detecteert. Al kan dat dan ook de nieuwsgierige (of jaloerse) kat zijn natuurlijk. Goed, kat-robot-kat, de cirkel is rond.

 

Robot vs mens vs Pepper?

Terwijl ik wat technische informatie opzoek over Pepper, beland ik op de pagina ‘Taking care of Pepper’. Het klinkt alsof het een handleiding voor een Furby is, maar in vergelijking met Pepper zelf is zijn handleiding toch iets minder schattig. Mijn hart breekt bij het lezen van ‘Erasing Pepper’s memory’. Reality check. Pepper wordt wel degelijk geprogrammeerd door mensen.

Megafunctioneel of gewoon schattig gadgy, mij mogen ze binnen 60 jaar gerust naast een Peppertje zetten in het rusthuis!

Meer lezen? Lees onze ervaringen, verwonderingen en ontdekkingen op www.hoi.be/blog.

Back to overview

Related posts